Na of tijdens een scheiding kunnen ouders elkaar over en weer ernstig beschuldigen en conflicten maken over de aanpak van de kinderen en/of over de bezoekregelingen. Ze kunnen kinderen opeisen, de andere ouder verdenken van misbruik, mishandeling of een nefaste levensstijl. Kinderen willen soms niet meer naar een ouder gaan, zeggen bang te zijn of beweren dat mama of papa drinkt. Grootouders kunnen ongerust of kwaad zijn. Familieleden bellen de hulpverlening…
In dergelijke conflictueuze ouderschapsreorganisaties raken omgeving en hulpverleners gemakkelijk mee verstrikt. Men wordt zelf ongerust, boos of partijdig. Men weet niet meer wie nu de ‘waarheid’ spreekt of wat de waarheid is.
Deze cursus biedt 'gereedschap' om uit het conflict te blijven, de strijd minstens niet te versterken en om anders en breder te kunnen kijken dan betrokkenen doen. We reflecteren over solo-ouderschap en over de invloed van het vormen van een nieuw samengesteld gezin. |