Mijn buurvrouw en ik
Mijn buurvrouw daalde langzaam maar zeker af naar de diepe en donkere tunnels van intens en onontkoombaar psychisch lijden. De eerste zelfmoordpoging signaleerde: er is iets aan de hand. De tweede poging, dramatisch en nieuwswaardig, vertolkte haar overspoeld zijn door wat in haar hoofd spookte en haar onmacht om er iets van te vatten. Haar man belde me vanuit het ziekenhuis. Ik zei mijn cliënten af voor die namiddag en haastte me naar de psychiatrische afdeling. De zuigkracht van de ellende en machteloosheid die ik aanvoelde bij haar, haar man en familie, was enorm. Mijn buurvrouw schoof alle schuld naar zichzelf. Breder kijken was geen optie. De behandeling bestond uit rust (toch presteerde ze het om in de kleine tuin van de afdeling een pad te banen door het gras, zo opgedraaid was ze), medicatie en de dagen slijten met bezigheidsactiviteiten en bezoekjes van haar man, familie en vrienden. Haar zus vroeg of ik samen met haar en hun moeder de ernst van de situatie kon bespreken. Moeder wilde horen dat het allemaal toch niet zo erg kon zijn, dat haar dochter best wel alleen gelaten kon worden als ze werd opgehaald voor uitjes. Ook al herkende misschien alleen moeder nog iets van de veerkracht van haar dochter, ik stapte in de rol van een hulpverlener die duidelijk en direct over suïciderisico moest spreken. (...)
Gerelateerde artikelen
Ga naar alle artikelen