Weerzien met ... JAY HALEY
(19 juli 1923 – 13 februari 2007)
Op vraag van de redactie herlas ik, voor deze rubriek, twee boeken van Haley. Het boek Directieve Gezinstherapie was mijn eerste kennismaking met Jay Haley. Op de binnenkaft staat dat ik het kocht en las in 1979. Als afstuderend psycholoog in mijn laatste jaar voelde ik me bijzonder aangesproken door de andere manier van denken die Haley in dat boek voorstelde. Het boek voelde speels en verfrissend aan in vergelijking met de theorieën die ik op de universiteit kreeg. Het was mijn eerste kennismaking met de Palo Alto groep van het Mental Resaerch Institute in Californië waar ook Haley bij hoorde. In de inleiding schrijft Haley dat hij zijn denken ontwikkelde in samenwerking met Gregory Bateson, Milton H. Erickson (van wie hij een student was), Cloé Madanes (die zijn tweede vrouw werd) en Salvador Minuchin. Ik herinner me dat het verrassend nieuwe voor mij was dat in dit boek de focus verlegd werd van een gericht zijn op het individu of symptoom (de dominante ingang waarin we toen als psychologen geschoold werden), naar een gericht zijn op een terugkerende reeks gedragingen tussen verschillende mensen. De switch die Haley in het boek maakt van ‘het ligt aan de ziekte van een individu’ naar ‘het ligt aan een zich herhalende cyclus waar iedereen aan deelneemt’ vond ik een boeiende en inspirerende gedachte. Ik was op slag gewonnen voor die nieuwe kijk op psychische moeilijkheden en problemen.
Al abonnee?
Meld je aan om dit artikel te lezen. Heb je nog geen account, dan kun je je registreren als abonnee.