De eerste 1000 (vader)dagen
Waarom vaders en vaderwerkingen belangrijk zijn
JAN-MAARTEN DOOREMONT coördineert de vaderwerking bij inloopteam De SLOEP, een toegangspoort voor laagdrempelige gezinsondersteuning aan alle gezinnen met kinderen en zwangere gezinnen, met bijzonder aandacht voor kwetsbare gezinnen. Hij stelt in deze bijdrage dat vaders geen (hand)leiding nodig hebben. Wat ontbreekt is een aanbod waar vaders terecht kunnen met hun vragen en verhalen. In de prenatale (voor de geboorte) en perinatale (van de zwangerschap tot een tijd na de bevalling) zorg krijgt de rol van vaders in de eerste 1000 dagen veelal slechts mondjesmaat aandacht. Tot op zekere hoogte maakt de nieuwe aandacht voor ‘de eerste 1000 dagen’ zelfs geen verschil voor (de aandacht voor) vaders. In het eerste 1000 dagen discours leeft de idee dat vaders zouden moeten worden ‘geëmancipeerd’, wat misschien wel zo is, maar deze emancipatie wordt dan voornamelijk ingevuld met vaders informeren, wetenschappelijke inzichten bijbrengen, en tips en adviezen geven over hoe
ze de (aanstaande) moeder kunnen (onder)steunen. Zulke zaken zijn nodig en waardevol, maar deze aanpak begrijpt vaders toch vooral als (passieve) ‘afnemers’ van kennis. Wat ontbreekt is waardering van wat vaders (nu al) zijn, doen, weten en kunnen. De vragen die vaders hebben en de verhalen die ze (willen) meedelen worden zo niet langer gezien als iets dat moet worden opgelost, maar als signaalfunctie van hun werkelijkheid – van hun (be)leven. Het gaat er dus om het aanbod van vaders zo te organiseren dat vaders geen ‘ont-vangers’ worden, maar dat het initiatief het engagement, het zelfbewustzijn en de al aanwezige
kennis van vaders correct ‘vangt’.
Al abonnee?
Meld je aan om dit artikel te lezen. Heb je nog geen account, dan kun je je registreren als abonnee.
Gerelateerde artikelen
Ga naar alle artikelen