Schreeuwen in de woestijn
Over onwrikbare benadeling, taal en emoties
Soms lijken cliënten in psychotherapie gebetonneerd in hun ervaringen van benadeling. De pendelbeweging tussen aansluiten bij de ervaringen van de cliënt en het verkennen van nieuwe of veelzijdige perspectieven komt moeilijk op gang. Het therapeutisch proces blijft als het ware hangen in de last en het erkennen daarvan. Dit heeft een zwaar en vermoeiend effect op de therapie en op de therapeut. Wanneer de cliënt andere mensen op extreme of bizarre wijze gaat beschrijven, komt aansluiten bij de benadeling van de cliënt onder grote druk te staan. Er ontstaat een vervreemdende lus: hoe meer uitzinnig, verwijtend of pathologisch de cliënt de anderen beschrijft, hoe problematischer de cliënt daarmee zelf verschijnt. Hiermee raakt het zicht op betekenisvolle uitwisselingen en mogelijk constructieve effecten van de therapie verloren en de onderzoekende, betrokken houding van de therapeut dreigt te worden vervangen door een met pathologie verklarende of strikt responsabiliserende positionering.
In dit artikel wil ik aan de hand van een casus de zoektocht belichten rond het hanteren van massieve en oninvoelbare benadelingsvertogen binnen individuele systemische psychotherapie. Ik illustreer hoe een relationele aandacht voor de emoties van cliënten bijdraagt aan het bestendigen van de therapeutische relatie en leidt tot nieuwe, waardevolle en contextgebonden exploraties.
Al abonnee?
Meld je aan om dit artikel te lezen. Heb je nog geen account, dan kun je je registreren als abonnee.