Ga verder naar de inhoud
Artikel Speltherapie Spelopvattingen Kinderspel Fantasie

Spelen is als spreken

Batesoniaanse inspiraties voor therapeutisch spel met kinderen

Ellen Reijmers

Axline, V. M. (1976). Dibs. Bosch & Keuning. 
Axline, V. M. (1994). Play therapy. Churchill Livingstone. 
Bateson, G. (1972). Steps to an ecology of mind. Ballantine Books. 
Breeuwsma, G. (1993). Alles over ontwikkeling: over de grondslagen van de ontwikkelingspsychologie. Boom. 
De Bruin-Beneder, R., Nijhoff-Huysse, M., Oosterhuis, E., & Donker-Raijmakers, T. (1992). Kinderpsychotherapie. Coutinho. 
Dolto, F. (1980). Kinderen aan het woord. Sun. 
Freud, A. (1980). Het normale en het gestoorde kind. Ad Donker. 
Keeney, B. (2009). The creative therapist. The art of awakening a session. Routledge. 
Lindgren, A. (1995). De kinderen van Bolderburen. Ploegsma. (Oorspronkelijk gepubliceerd in 1947) 
Maes, L. (2021). Prinses Lily en de ridders. Spelenderwijs verbinden. Systeemtheoretisch Bulletin, 39(2), 123–144. 
Reijmers, E., & Cottyn, L. (2005). Spel en speltherapie. In E. Reijmers, L. Cottyn, & M. Faes (Red.), Spelen met werkelijkheden. Systeemtheoretische psychotherapie met kinderen en jongeren (pp. 16–31). Bohn Stafleu van Loghum. 
Rober, P. (2025). In therapie gaan. Over bezorgdheid en aarzelen. In E. Reijmers, L. Cottyn, & M. Faes (Red.). Spelen met werkelijkheden. Systeemtheoreti-sche psychotherapie met kinderen en jongeren (pp. 78–87). Bohn Stafleu van Loghum. 
Simon, C. (Regisseur). (1993). Récréations [Film]. Les Films d'Ici. 
Smidt, A. M. G. (2010). Pluk van de Petteflet. Singel Uitgeverijen. 
Vermeire, S. (2025). Gezamenlijk onderzoeken van onveiligheid en onveiligheidsbeleving met kinderen en jongeren. Systeemtheoretisch Bulletin, 43(1), 141–164. 
Watzlawick, P., Beavin, J. H., & Jackson, D. D. (1970). De pragmatische aspecten van menselijke communicatie. Van Loghum Slaterus. 

Reijmers, E. (2025). Spelen is als spreken: Batesoniaanse inspiraties voor therapeutisch spel met kinderen. Systeemtheoretisch Bulletin, 43(2), 199–217.

In dit artikel neem ik je mee in de visie van Bateson over spel en spelen. Ik pas die toe op het spel van kinderen en vooral op wat dat kan betekenen voor therapeuten die kinderen ontmoeten. Dat kan zowel in een individuele setting zijn, samen met een broertje of zusje, met de ouders, begeleiders of andere betrokkenen. Er zijn in al die settingen verschillende spelvormen die therapeuten kunnen hanteren. Deze variëren in de mate waarin ze gestructureerd zijn, en wel of niet gebruik maken van fantasie. Bateson heeft
het voornamelijk over het laatste, het zogenaamde verbeeldend of vrije spel, zoals spelen dat je prinses bent of politieman, spelen met de poppenkast of een poppenhuis, spelen met zand, legomannetjes, drakenkastelen en zo meer.
Nu vermoed ik dat voor veel systeemtherapeuten het gebruik van vrij spel in therapie een tamelijk onbekend terrein is. Het lijkt een territorium dat vooral bezet wordt door andere therapeutische stromingen. Ik hoop dat de Batesoniaanse kijk op spel systeemtherapeuten inspireert en vooral moed geeft om verbeeldend spel en spelen – ondanks dominante tegenstromen – meer in hun werk te integreren.

Al abonnee?

Meld je aan om dit artikel te lezen. Heb je nog geen account, dan kun je je registreren als abonnee.

Gerelateerde artikelen

Ga naar alle artikelen
Redactioneel
Ellen Reijmers
Casuïstische mededeling
Voor abonnees
Jana Verheyen