Ga verder naar de inhoud
Redactioneel

Redactioneel 3 JG43 2025

Ellen Reijmers

Ooit las ik een metafoor over de waarneming van iemand die ziet en iemand die blind is. Waar precies weet ik niet meer, in een van de boeken van Bateson vermoedelijk. Het kwam erop neer dat een blinde niet in alle opzichten blind is, net zoals een ziende niet alles ziet. Zij nemen wel anders waar. Bijvoorbeeld, als een ziende voor het eerst een ruimte binnenkomt, zal die al vlug constateren dat deze er mooi uitziet, rommelig of eerder harmonieus, saai of vrolijk, donker of licht. Vaak is dit in een oogopslag geweten, wordt er een oordeel geveld of een goedkeuring gegeven. Hetzelfde kan gebeuren bij iemand die niet ziet wanneer de ruimte lekker ruikt of juist niet, wanneer het geluid scherp en hol klinkt of juist warm en gedempt. Het kan ook anders. Wanneer een blinde binnenkomt, zal die misschien stemmen horen en zich afvragen waar die te lokaliseren zijn. Deze persoon zal registreren wat de afstand is tussen de voorwerpen en wat het betekent om daartussen te manoeuvreren. Waar bevindt de tafel zich ten opzichte van de kast? Waar is de deur en waar het geroezemoes? Ook degene die ziet kan zich zo door een ruimte bewegen, staat iets rechts of links, wat is de afstand tussen de gasten, wie spreek ik het eerst aan? De relaties tussen de dingen doen ertoe en
kleine veranderingen in die verhoudingen worden waargenomen. (...)

Gerelateerde artikelen

Ga naar alle artikelen
Artikel
Voor abonnees
Anna De Bruyn, Stein De Sterck