Ga verder naar de inhoud
Column

Tijd, vrijheid en verbeelding

Annelies Desmet

Mama en ik zitten op de trein naar Londen. Wij. Met z’n twee. In de trein. De twee ereleden van Dé Boekenclub, onderweg naar een bank in een park in Londen om daar Pride & Prejudice te bespreken. Onze boekenclub bleek al na boek nummer drie stiekem vooral ruimte te maken om moeder-dochtergesprekken te voeren. Zoals over de kamerjas. Een kledingstuk gewijd aan een totaal verwaarloosde tijdsbesteding: het zijn. Gewoon thuis, zijn. Niet slapen (pyjama), koken (schort), tv kijken (jogging) of kuisen (‘slechte kleren’), de kamerjas is expliciet ongepast voor alle bovenstaande werkwoorden. Hij laat zich dragen voor specifieke afleidingen en dwalingen in huis, zoals daar zijn: lezen, uit het raam staren, je poriën inspecteren, kaarsen in kandelaars smelten en de overgebleven was op een bolletje rollen tussen duim en wijsvinger, de achterkant van platenhoezen lezen, kaders weer recht hangen, je oor tegen de muur leggen om de buren te horen vrijen, muziek beluisteren (echt beluisteren), de post uit de brievenbus halen en vervolgens wegleggen. (...)